LICHTMASTEN KRIJGEN EEN TWEEDE LEVEN

Hydro Pole Products in Drunen pioniert zich een weg naar een circulaire toekomst. Dit jaar zijn ze partner van De Week van de Circulaire Economie. Lees hier hun verhaal.

Hydro Pole Products in Drunen pioniert zich een weg naar een circulaire toekomst. En met hun Take Back-systeem raken ze aardig op stoom. Afgeschreven lichtmasten krijgen een tweede leven. Dit jaar is Hydro partner van de Week van de Circulaire Economie.

Als je op een willekeurig kruispunt in Nederland eens een beetje om je heen kijkt, is de kans groot dat je een product van Hydro spot. Een paaltje met zo’n gele drukknop, voor overstekende fietsers of voetgangers, bijvoorbeeld. Of de constructie die de verkeerslichten boven de weg op z’n plaats houdt. En, niet te vergeten, de lantaarnpalen die ons wegennet verlichten. Hoewel, lantaarnpalen, salesmanager Vincent Alberts van Hydro, spreekt liever over lichtmasten.

Coenecoop in Waddinxveen. ©Henk Snaterse

Hydro Pole Products is een van origine Nederlands bedrijf, in 1960 als LIPS ter wereld gekomen en sindsdien gevestigd in het Brabantse Drunen. In 2017 kwam het bedrijf in handen van het Scandinavische Norsk Hydro. Daarmee verdween de naam Sapa, zoals het bedrijf sinds een joint venture in 2007 bekendstond. Norsk Hydro is een energie- en aluminiumconcern dat actief is in veertig landen. Derhalve kun je de lichtmasten van Hydro niet alleen in bijvoorbeeld Nieuw-Vennep, maar net zo goed in Nieuw-Zeeland tegenkomen.

IJzersterke zet

Nu zou je kunnen zeggen: als er iets niet circulair is, dan is het een paal. Maar wie een tijdje koffiedrinkt met Vincent Alberts gaat daar heel anders over denken. En dan moeten we eerst even terug naar de vroege geschiedenis van Hydro. De oprichter, ene meneer Lips – niet die van de hangsloten, dat was zijn neef – besloot in de jaren zestig tot een belangrijke switch. Waren lichtmasten van oudsher van staal, Lips koos voor aluminium.

Het bleek een ijzersterke zet. Aluminium is lichter, veiliger (want als je er tegenaan botst, buigt het mee) en ook bestendiger tegen Hollands weer. “Aluminium heeft namelijk een staalharde oxidehuid, die bovendien automatisch geneest.” Een huid? Die geneest? “Jazeker. En daar hoef je niets voor te doen”, zegt Alberts. “Het is een natuurlijke reactie; komt aluminium in aanraking met zuurstof, dan wordt er een oxidelaag gevormd.” Met andere woorden: “Je zet een lichtmast in de grond en je hoeft er vijftig jaar niet meer naar om te kijken.”

Maar het mooiste moet nog komen. Aluminium is eindeloos te recyclen. Dus meneer Lips deed niet alleen een gouden zet, hij had ook een vooruitziende blik, vertelt Alberts. Niettemin ging het bij Hydro jarenlang zoals het overal ging: versleten lichtmasten werden ingezameld door een schrootboer. Best kans dat het aluminium vroeg of laat weer in de gieterij van Hydro terechtkwam, maar veel liever wilde Hydro dit proces zelf in de hand hebben.

Take Back-systeem

De duurzame geest is de laatste decennia gaan waaien in Drunen. In 2011 was Hydro het eerste bedrijf ter wereld dat een cradle-to-cradle-lichtmast wist te ontwikkelen, vertelt Alberts. En in 2013 kwam daar het Take Back-systeem bij. Samengevat houdt dat in dat de oude lichtmasten die bij de herontwikkeling van bijvoorbeeld een industrieterrein worden ingezameld, terechtkomen bij Hydro, gedemonteerd worden, waarna alle onderdelen teruggebracht worden in de technische kringloop. Het aluminium wordt in de eigen gieterij omgesmolten en verwerkt tot nieuwe masten.

“Dat kunnen we niet alleen”, zegt Alberts. Je hebt een opdrachtgever nodig, bijvoorbeeld een gemeente, die de duurzame ambities van Hydro onderschrijft. Maar de aannemerijen die betrokken zijn, moeten zich ook willen committeren. Hydro vond onder meer in Unsal Infratechniek een partner die het wel aandurfde. Bijvoorbeeld bij de herontwikkeling van industrieterrein Coenecoop in Waddinxveen.

Unsal had ook wel in de gaten dat duurzame aspiraties een steeds belangrijkere rol gaan spelen. Zeker waar overheden in het spel zijn, vertelt bedrijfsleider Jack Bastiaansen. Unsal voert openbare verlichtingsinstallaties uit voor lokale, provinciale en landelijke overheden. En steeds vaker zijn duurzame parameters doorslaggevend in de aanbestedingsprocedure. Dus toen Hydro met het Take Back-systeem op de proppen kwam, zei Bastiaansen: “Vincent, we gaan het gewoon doen.”

Zo gezegd, zo gedaan? Nou, min of meer wel. Natuurlijk, zeggen Bastiaansen en Alberts, je moet wel flink wat energie steken in de ontwikkeling van de praktische en logistieke kant van het verhaal. Er moeten rekken komen waar de lichtmasten netjes in passen, de palen moeten voorzichtig uit de grond gehaald worden en ze moeten hun weg vinden naar de gieterij van Hydro. “Maar eigenlijk loopt de samenwerking gesmeerd”, zeggen ze.

“Het geeft ook echt voldoening”, zegt Bastiaansen. “De oude masten die vrijkomen in een project vervallen van oudsher aan de aannemer. Maar vroeger kwam de schrootboer langs, hij rekende handje-contantje met je af, en dat was dat. Nu zie je hoe interessant het eigenlijk is – ook financieel – om goed na te denken over levensduur en hergebruik.”

Alberts en Bastiaansen zijn ervan overtuigd dat met het Take Back-systeem een trend is gezet. Na de pilot in Waddinxveen volgden al gauw nieuwe projecten. “Er zijn 335 gemeenten in Nederland, er zijn er pas zo’n vijftig die zijn gecertificeerd volgens de CO2-prestatieladder, maar je ziet dat aantal de laatste jaren sterk toenemen. We staan pas aan het begin.”

Auteur: Felix de Fijter